Zoë Papaikonomou: ‘Treed binnen in het Nederland van nu’

Het stoffige grind knispert onder mijn sandalen. Een hardnekkige krekel zingt alsof zijn leven ervan afhangt in één van de verdorde sinaasappelbomen. Water… Water… Geef ons water… roepen ze me na in de brandende zon. Mijn zoontje rent enthousiast heen en weer over wat ooit het hart van onze familieboerderij op de Peloponnesos was. 

Mijn tante raast voorbij: ze ziet nog gezonde druiven hangen. Uit het verlaten huisje haalt ze een paar oude kranten waarin ze alle eetbare trossen begint te wikkelen. Ik loop achter haar aan en kijk nog een keer naar de vergeelde foto van Pappayannis, mijn opa die ik nooit heb gekend. Hij kijkt streng terug. Ik vraag me af wat hij ervan zou vinden. De zoveelste strijd tussen zijn oudste twee kinderen: mijn vader en zijn oudere zus. Mijn vader wil dit stuk land waar hij al jaren niet naar omkijkt zo snel mogelijk verkopen. Mijn tante is daarvoor gaan liggen, bijna letterlijk. Vanwege sentimentele redenen, maar vooral omdat het nu niks meer waard is. Een appel en ei met een beetje mazzel.

Later die dag spreek ik meer familie. Ze worstelen elk op hun eigen manier met de trieste economische situatie van Griekenland. Het stuk grond van mijn vader is nog wel op te lappen met veel geduld en zorg. Maar of je datzelfde kan zeggen van de Griekse economie? De generatie van mijn neven en nichten, allemaal dertigers, moeten hun leven opbouwen in een land dat daar nu maar weinig mogelijkheden toe biedt. Ze pakken van alles aan, ze klagen niet. Ze proberen het beste te maken van een situatie die over hen is afgeroepen. Ze hebben er net zo weinig aan kunnen doen als andere jonge Europeanen.

Ik vraag me af wat ik hiervan heb teruggezien op het Nederlandse nieuws. Daar trekt Griekenland toch vooral voorbij als paria van Europa, ons aller euro’s uit onze portemonnees rovend. Die luie Grieken die met een ouzo in de ene hand en een olijf in de andere vanaf het strand hun economie de vernieling in hielpen. Ja, af en toe komt er een ‘gewone’ Griek voorbij in een portretje van 2 minuten. Een visser of iets anders gezelligs vakantieachtigs waar wij Nederlanders ons een voorstelling van kunnen maken. De cameraploeg gaat in en uit en weer door. Naar Egypte bijvoorbeeld dat ‘zucht onder terrorisme’, waardoor Sharm-el-Sheikh toch een veel minder aantrekkelijke vakantiebestemming is geworden. En, wederom een militair bestuur: Moslimsbroeders nu weer in de onderdrukking (wat bij veel politici en journalisten ongetwijfeld tot een stiekeme zucht van opluchting leidden).

Oké, ik weet het, ik sla even door in mijn cynisme. Maar na een lange, intense zomer in Caïro en op de Peloponnesos is het me voor de zoveelste keer duidelijk geworden dat het volgen van nieuws in deze tijd zinloos is. De werelden waarin ik me begaf, staan mijlenver af van wat het Nederlandse nieuws ons voorspiegelt. Journalist Joris Luyendijk zei het ooit al: als je het nieuws kijkt, weet je precies wat er NIET gebeurt in de wereld. Misschien gaat dat wel erg ver, maar meer dan een heeeeel klein stukje van een waarheid en dan ook nog alleen een beperkt (Nederlands) perspectief op dat stukje waarheid leren we kennen. Als oud-nieuwsverslaggever bij AT5 en als docent Journalistiek heb ik me eindeloos verbaasd over de mechanismes van nieuws. De continue subjectiviteit: in de selectie, het onderzoek en de uitvoering. Maar ook die eeuwige focus op ‘dichtbij, Nederlands’. De kijker/lezer moet zich kunnen herkennen. Een oude journalistieke wet. De wereld wordt versimpeld tot het Nederlandse perspectief. Dat dan ook nog eens maar een bepaald deel van de Nederlanders vertegenwoordigt.

Mijn generatie en zeker de generaties na mij groeien op in een heel ander Nederland. Geen eiland maar een land dat onderdeel is van de wereld. We staan continu in contact met allerlei mensen overal vandaan. Vriendschappen en relaties vormen zich steeds vaker online en zonder grenzen. Daar komt nog bij dat wijzelf in ons ook vaak allerlei culturen meedragen. Dus wat is nog dichtbij? Wat is het Nederlandse perspectief?

Het huidige medialandschap heeft duidelijk geen idee. Gelukkig zie ik steeds meer wereldwijze Nederlanders op redactiedeuren bonzen. Sommigen zachtjes, anderen snoeihard. Allebei prima: de boodschap is helder. Treed binnen in het Nederland van nu of verdwijn langzaamaan in het verleden.

 

Zoë Papaikonomou

Zoë Papaikonomou is eigenaar van Diversity Media. Zij leert kinderen en jongeren in de Randstad hun eigen verhaal te vertellen in woord, beeld en geluid. Daarnaast maakt en begeleidt ze mediaproducties waarbinnen diversiteitsthema’s een rol spelen. Na een studie Geschiedenis en Arabisch werkte Zoë als nieuwsverslaggever bij stadszender AT5 met diversiteit als aandachtsgebied. Daarna doceerde ze aan de opleiding Journalistiek van Windesheim. Voor de Nieuwe Maan schrijft Zoë over diversiteit in de media en over de Arabische taal.