Zoë Papaikonomou: ‘Het beste onderwijs voor onze kinderen’

“Hoe is het mogelijk dat in een rijk land als Nederland het beste onderwijs alleen voor de rijken is? Hoeveel kinderen lopen jaar in jaar uit kansen mis door prestatienormen en vooroordelen?” Zoë Papaikonomou kan nog steeds met verbazing naar het onderwijs in Nederland kijken, maar gelukkig lijkt er hoop te gloren.  

Zodra ik de bij de bushalte naar beneden loop zie ik mijn oude flat opdoemen. Het tien verdiepingen tellende gebouw ligt er nog bijna exact hetzelfde bij als toen ik er 25 jaar geleden woonde. Het bekende grind knispert onder mijn voeten, waardoor ik net als vroeger, liever op het gladde fietspad loop. Het is een vroege, koude ochtend in november. Ik ben op weg naar mijn oude basisschool in een volksbuurt in Amsterdam Noord om daar een maand lang elke dinsdag medialessen te geven. Vanaf mijn oude huis (2e verdieping op de hoek) is het nog maar 300 meter lopen naar de school. Ik zie mezelf weer zitten op het kleine heuveltje tegenover mijn flat toen ik een keer in de kleuterklas besloot dat ik niet wilde overblijven. Mijn moeder was niet thuis (daarom moest ik ook overblijven – maar ja – leg dat een koppige 4-jarige maar eens uit) en omdat ik niet terug naar school durfde ging ik daar demonstratief zitten en mijn boterhammen opeten. Hopend dat mijn moeder toch ineens zou thuiskomen.

Het voelt vertrouwd en vreemd tegelijk om – nu als docent –  mijn oude school binnen te wandelen. De juffen en meesters ontvangen me vriendelijk, de kinderen enthousiast. Een juf die niet alleen weet wat musical.ly is, maar ook nog uit de buurt komt. Én ik heb een gemixte achtergrond. Nog een gedeelde factor met de helft van de kinderen. Het wordt al snel een wedstrijdje wie mijn naam het beste kan uitspreken. Ik voel me prettig, als een vis in het water. Hoe anders was dat toen ik hier zelf leerling was. De school ademde een heel andere sfeer uit. Overvolle klassen, leerlingen met allerlei bagage, vermoeide docenten die daar niet echt grip op kregen. Het mondde uit in een gemiddeld middelbare schooladvies voor de 8ste groepers van lbo (lager beroepsonderwijs) of mavo, een uitschieter daargelaten. Op zichzelf was er natuurlijk niets mis met deze schoolniveau’s, maar toen ik op mijn tiende met een beetje geluk terechtkwam op een nette basisschool in het centrum (we verhuisden naar Oost) was er maar één uitschieter. Een leerling met mavo/havo-advies. De rest van de 8ste groepers vertrok naar het vwo. De klassen op deze school waren een stuk kleiner, de docenten fris en betrokken en er was ruimte voor allerlei extra’s. De reden: de ouders van de kinderen hier waren bijna allemaal welgesteld en hoogopgeleid. In tegenstelling tot de ouders van mijn medeleerlingen in Noord: arm en laagopgeleid.

Het verschil tussen deze scholen heeft me altijd een onbehagelijk gevoel gegeven. Al vanaf het moment dat ik verhuisde. Later sloeg het om in boosheid en frustratie. Hoe is het mogelijk dat in een rijk land als Nederland het beste onderwijs alleen voor de rijken is? Hoeveel kinderen lopen jaar in jaar uit kansen mis door prestatienormen en vooroordelen? Onlangs bleek weer uit onderzoek dat kinderen van laagopgeleide ouders vaak onder hun niveau worden ingedeeld. Docenten worstelen om leerlingen de aandacht te kunnen geven die ze verdienen. Er was maar eventjes aandacht voor dit onderzoek in de media. Waarschijnlijk omdat de meeste journalisten zelf hoogopgeleid zijn en zich niet herkennen in dit nieuws. Hetzelfde geldt voor de politieke bobo’s en onderwijsbestuurders. En zo zijn we 25 jaar verder en is er nog weinig veranderd.

Toch gloort er hoop in elk kind dat ik lesgeef die dinsdagen op mijn oude school. Hoewel de klassen nog steeds overvol zitten, zie ik meer enthousiaste en (nog) niet uitgebluste docenten. De sfeer is open en prettig. Maar ik kom vooral ook veel betrokken ouders tegen. Van luizenmoeders tot cyberouders. Van een aantal van hen begrijp ik dat de school sinds een paar jaar sterk verbeterd is mede door de nieuwe directeur. Het mag lang geduurd hebben, maar het kan. We moeten als ouders druk blijven zetten. Betrokken zijn op alle fronten, goede onderwijsprofessionals eren en verandering opeisen waar nodig. Want als we moeten wachten tot de hoogopgeleide bestuurders het licht zien, kan ik dit stukje over 25 jaar weer opnieuw online zetten.

 

Zoë Papaikonomou

Zoë Papaikonomou is eigenaar van Diversity Media. Zij leert kinderen en jongeren in de Randstad hun eigen verhaal te vertellen in woord, beeld en geluid. Daarnaast maakt en begeleidt ze mediaproducties waarbinnen diversiteitsthema’s een rol spelen. Na een studie Geschiedenis en Arabisch werkte Zoë als nieuwsverslaggever bij stadszender AT5 met diversiteit als aandachtsgebied. Daarna doceerde ze aan de opleiding Journalistiek van Windesheim. Voor de Nieuwe Maan schrijft Zoë over diversiteit in de media en over de Arabische taal.