Zoë Papaikonomou : ‘Arabisch voor beginners’

Het is alsof ik een oude doos met foto’s openmaak, het opfrissen van mijn Arabisch. De herinneringen aan bijzondere ontmoetingen, grappige voorvallen en vooral ook gênante momenten. Van spraakverwarring vooral. Of een beetje alsof ik eindelijk die koffie eens ga drinken met een oude liefde. Of qahwa in dit geval. Veertien jaar geleden (wallahi ik word oud) dook ik voor het eerst in die mysterieus golvende lijnen en puntjes die 28 letters bleken, elk op vier verschillende manieren geschreven. Als halve Griek ben je wel wat gewend, maar dit was wel even alfabet 2.0. Ik begon aan een reis, waarvan ik toen nog geen idee had waarnaartoe die me allemaal zou leiden. Het eerste jaar vooral heen en weer in de trein tussen Groningen en Amsterdam. Een ideale studieplek.

Ik heb me later weleens gerealiseerd dat ik er ietwat apart moet hebben uitgezien in die eeuwige trein. Hikkend met een dik rood boek op schoot. Terwijl het platte, groene landschap overging in huizen, flats en snelwegen leerde ik woordjes. Eindeloos veel woordjes. Ik hield van de rustige routine van het stampen. Van het doorgronden van een nieuw alfabet. Zeker, af en toe wilde ik het moddervette boek met de niet sexy titel Standard Arabic, an elementary-intermediate course de trein uitsmijten, maar meestal was het een prima manier om de reis sneller te laten gaan.

Elke taal heeft zijn bijzondere klanken. In het Nederlands is dat de G. Je kent het vast wel als je op vakantie gaat. Als daar iemand Nederlanders nadoet, gaat dat meestal zo: gggggschschschgggggggschsch. Het Arabisch kent de 3Ayn). Het is moeilijk te beschrijven hoe je deze klank nabootst. Als je opgegroeid bent met Arabisch gaat het je natuurlijk automatisch af. Dan is het een subtiele doch duidelijk te onderscheiden klank. Voor de niet Arabisch-sprekenden waag ik een poging de klank uit te leggen. Het is een A-achtige klank, maar daarmee doe ik de 3Ayn echt te kort. Het is een beetje de soort uithaal die je doet als je kind iets doet wat niet mag: Aauh! Kort en krachtig. Let goed op je middenrif. Het is alsof je een hele korte hik hebt.

En zo zat ik dat eerste jaar van mijn studie in de trein. Voor mijn gevoel zat in elk woord wel een 3Ayn. Het bleef bij mij een soort vreemde oerkreet, zo graag wilde ik ‘m onder de knie krijgen. Pas toen ik het opgaf, ging de 3Ayn me makkelijker af. Ook hielp het in latere jaren natuurlijk om de taal te gaan gebruiken in plaats van te bestuderen in een boek. Mijn Arabisch kreeg een beetje vorm in Syrië en Egypte. En zo ontwikkelde ik ook mijn eigen 3Ayn. Verre van perfect, maar wel te onderscheiden.

Dat vind ik het mooie aan taal. Aan de ene kant is daar het logische karakter van de grammatica. De vele regels en de uitzonderingen. Aan de andere kant is taal flexibel. Ze heeft de capaciteit om te veranderen en zich aan te passen, maar toch altijd zichzelf te blijven. Ze neemt de beste vorm aan om een brug te zijn voor contact. Dat heeft iets geruststellends.

In deze rumoerige tijd met veel aandacht voor de provocerende uitzonderingen is het daarom een welkome afwisseling om mijn roestige Arabisch weer nieuw leven in te blazen.

 

Zoë Papaikonomou

Zoë Papaikonomou is eigenaar van Diversity Media. Zij leert kinderen en jongeren in de Randstad hun eigen verhaal te vertellen in woord, beeld en geluid. Daarnaast maakt en begeleidt ze mediaproducties waarbinnen diversiteitsthema’s een rol spelen. Na een studie Geschiedenis en Arabisch werkte Zoë als nieuwsverslaggever bij stadszender AT5 met diversiteit als aandachtsgebied. Daarna doceerde ze aan de opleiding Journalistiek van Windesheim. Voor de Nieuwe Maan schrijft Zoë over diversiteit in de media en over de Arabische taal.