Wij bestaat niet zonder jij

Van een carnavalsnummer tot bewerkte foto’s, toen de beerput van racisme opengetrokken werd kreeg Sylvana Simons de volle laag. Radiomaker Natasja Gibbs zag het gebeuren. Ze stond op, ging als een blok achter haar staan en zei: ‘Ik ben ook Sylvana’. Naar aanleiding van wat er gebeurde nadat ze dit deelde op Facebook schreef ze een column. Over hoe zij geen wij kan zijn zonder jij.

Het is alweer een week geleden toen ik ineens pal voor je neus stond met een boodschap voor jou. Je keek me geërgerd aan. Meestal vond je het leuk als ik iets met je deelde en dan konden we er samen over lachen of ons er samen als  knarsetandende gargamels over opwinden. Want een dag niet gezeurd is een dag niet gesmurft, dat hoort bij ons.

Natuurlijk waren er ook zat momenten waarop we het gewoonweg niet eens konden worden met elkaar, maar het wederzijdse respect bleef. Jij was jij en ik was ik en samen waren jij en ik wij. Maar de laatste tijd was er iets wezenlijks veranderd in jouw blik.

Ik merkte het eigenlijk een paar jaar geleden al. Op 2 november 2004 om precies te zijn. Een ketting rokende Nederlandse filmmaker werd toen vermoord in Amsterdam. Je blik was na die dag gebroken en je was voorzichtig geworden. Misschien had ik je toen al moeten vasthouden en je moeten vertellen dat wat er ook zou gebeuren jij en ik samen altijd wij zouden blijven. Maar ik was te druk met mezelf, met m’n eigen sores.

Toen ik weer eens opkeek vanuit mijn drukte toen was het ineens 12 november 2011. Ik keek je aan en jij keek met een verwarde blik terug. Jouw jeugdheld, de brenger van al jouw onschuldig plezier als kind, had een nieuw label gekregen: racistisch. Veel mensen moesten bij de aanblik van jouw jeugdheld zelfs een klein beetje kotsen. Op TV wilden ze hem niet meer zien en sommige burgermeesters wilden hem ook niet meer in hun stad hebben. Woedend was je, want hoe durfden ze dat zomaar van je af te nemen? En betekende dit dat jij al die tijd van racistische dingen had gehouden? En als je van racistische dingen houdt, ben je dan een racist? Ik zag de verwarring maar ook de boosheid in je ogen groeien. Je mond veranderde in een zuinige streep en je begon gemeen te worden naar mensen die het niet eens met je waren. Die mensen werden op hun beurt ook gemeen tegen jou en in Den Haag hoorde ik de grote jongens en meiden schreeuwen ‘vecht, vecht, vecht.’

En toen was het ineens mei 2016. Er was een mevrouw die vastberaden zei in tv-shows dat alles anders en eerlijker moest. Ze leek boos op je en wilde een hartig woordje spreken over wat jouw voorouders mijn voorouders hadden aangedaan, want daar deed je volgens haar heel onverschillig over. Ik keek voorzichtig jouw kant op, maar dit keer keek je me niet eens aan. In plaats daarvan keek je weg en vloekte je binnensmonds en daarna hardop: ‘Wie denkt die vuile negerin wel niet dat ze is?’ Dat is wat je zei en daarna nog veel meer dat ik hier maar niet zal herhalen. Ik schrok, kwam dat allemaal uit jouw mond?

Ik had je de afgelopen tijd al vaker betrapt op racistische taal. Ik dacht dat je gewoon even je verstand was verloren. Maar inmiddels kun je niet meer stoppen en maak je racistische filmpjes, carnavalsnummers en uitzwaaipagina’s. Ik riep op 25 september vanuit onze hoofdstad nog naar je dat het niet nodig was om racistisch te doen. Maar je hoorde me niet door het ‘vecht-vecht-vecht gejoel’. Inmiddels herken ik je niet meer en ik ben bang voor je geworden. Dat doet me verdriet want ik kan me nog de dag herinneren dat we samen boos waren op de regen en op de hondenkak onder onze schoenen en dat jij en ik van geluk achter elkaar aan renden na een doelpunt van ‘onze jongens’. Ik wil dat die dagen weer terug komen en dat jij en ik weer wij kunnen zijn. Daarom stond ik voor je neus afgelopen week om je eraan te herinneren dat ik net als jij ben en ik zonder jou geen wij kan zijn.