In memoriam Mohamed Sayem – Fouad Sidali: ‘We zien elkaar hier of daar’

Dit jaar zagen we elkaar nog. We spraken af elkaar weer gauw te zien. ‘Ok, we zien elkaar wel. Hier of daar’, zegt Mohamed Sayem. En dan bereikt je het nieuws dat hij verongelukt is. Je zou willen dat je ter plekke bent. Nog een laatste blik. De volgende dag bezoekt mijn moeder, zijn moeder. Ik bel mijn moeder die mij dan doorgeeft aan zijn moeder. Ik wens haar veel sterkte. “Fouad, je broer is er niet meer. Ja, je broer want zo noemde hij je altijd wanneer hij met mij over jou sprak.” Even was het stil aan de telefoon. Ik zie een hele film voorbij komen.

Het is 1984. Een mooie zomerdag in Leiden. Ergens op zolder van een groot gebouw op de Langegracht werken we samen met een aantal jongeren aan het tweetalige maandblad Al Mizan. Het is een project van, voor en door Marokkaanse jongeren. We willen onze stem laten horen. We schrijven over gelijke kansen, integratie, Marokkaanse soldaten tijdens de tweede wereldoorlog in Nederland en uiteraard een puzzel want dat hoort bij een maandblad. Op de redactie ben ik samen met Mohamed Sayem aan het werk. We brainstormden met een groepje, journalisten in spe, over hoe we Nederland kunnen vertellen over de wereld van de migrant.

Mohamed sprak altijd over de zwakkeren onder ons. ‘Ze verdienen het om onze aandacht te hebben’, zei hij dan. Of het nu ging over ouderen, mensen met een beperking of kansloze jongeren. Mohamed was er altijd voor deze mensen. Mohamed was een strijder. Een voorvechter. Een pionier die niet bang is om een weg van naalden te bewandelen. Dat is ook niet zo vreemd als je weet dat Mohamed op jonge leeftijd een vreselijke gebeurtenis heeft meegemaakt. Hij werd belaagd door 4 man, skinheads, en kwam in het ziekenhuis terecht op de IC afdeling. Zwaar gewond door een aantal messteken. Wonder boven wonder overleeft hij het. Vanaf dat moment is Mohamed aan de zijde van mensen die hulp nodig hebben. Studeert aan de HBO sociaal cultureel werk. Onze wegen scheidden na 1991. Ik vertrek uit Leiden en ga werken bij het NOS journaal. Mohamed maakt zijn opleiding af en werkt later voor de maatschappelijke instelling Meander. Nooit hebben we elkaar uit het oog verloren. We delen niet alleen dezelfde stad waar we woonden maar ook de streek waar we geboren zijn. Hij in Tafoughalt en ik in Berkane. Hij hoog in de bergen en ik laag in de stad aan de voet van die berg.

In 1999 vertrekt hij naar Marokko. Ik werkte toen voor SBS6. Hij vroeg me wat ik er van vond dat hij in Marokko zou gaan werken en wonen. Niet voor de goedkeuring maar meer omdat hij er trots op was. Trots dat hij zich bij Stichting Steunpunt Remigranten in Berkane kon gaan inzetten voor mensen met problemen. Mensen die terugkeerden naar Marokko en daarbij hindernissen ondervonden. Of vrouwen en kinderen die door hun echtgenoten of papa’s achtergelaten werden. Mohamed bewoog hemel en aarde om alles weer goed te krijgen. Heel politiek Nederland kwam naar Berkane om polshoogte te nemen van de stichting van Mohamed. Ministers, burgemeesters, wethouders en Kamerleden. Maar ook hulpverleningsinstellingen en maatschappelijke organisaties.

De stichting werd bekostigd door de Nederlandse overheid. Later werd de subsidiekraan dichtgedraaid. Mohamed ging gewoon door. Met of zonder geld. ‘Iemand moet het doen’, zei hij tegen me. ‘We kunnen deze mensen hier toch niet laten barsten?’ En als jij er niet meer bent wie moet het dan doen, vroeg ik hem vaak. Want hij deed dit vaak in zijn eentje. ‘Dat zien we dan wel weer’, antwoordde hij dan. Hij was een lobbyist. Hij kreeg veel voor elkaar. Keer op keer. Hij was ook een graag geziene gast in tv- en radioprogramma’s. Zo sprak ik Mohamed op 10 december ook in de studio voor het Radio 5 programma Dichtbij Nederland van de NTR. Uitvoerig kon hij praten over onrecht dat teruggekeerde ouderen wordt aangedaan. Door ze te korten op uitkeringen. Of over achtergebleven vrouwen en kinderen. Hij was tevens mijn laatste gast in de studio want ik hield na die dag op als presentator van het radioprogramma.

Terug naar het telefoontje met zijn moeder. De stilte duurde in het echt een paar seconden maar het leek wel uren. Ook in Berkane is het nu stil. Wie neemt het werk over van Mohamed Sayem? Er zullen zeker mensen zijn die dat zullen doen. Mohamed deed dat als een strijder, pionier en bewandelde nooit de makkelijkste weg. Vaarwel vriend. We zien elkaar… daar.

Fouad Sidali
Wethouder
Jeugd(zorg), Coordinatie Sociaal Domein, Volksgezondheid, Welzijn en Sport.