Rachida Ben Moussa: ‘Confrontaties met mijn geloof’

De tweede week Ramadan is voorbij en het lijkt alsof ik in een sneltrein ben beland. Twee weken geleden was mijn ziel nog aan het dansen op de melodie van de Quran. Afgelopen avond voelde het alsof mijn lichaam even niet in contact stond met mijn ziel. Ik voelde me een beetje leeg van binnen. Dit gevoel deed mij herinneren aan het volgende vers uit de Quran:

“En Hij is Degene Die jullie zielen in de nacht wegneemt, en Degene Die weet wat jullie overdag hebben verricht.”

In gedachten bracht ik mezelf naar mijn kindertijd. Het voelde alsof het de dag van gisteren was. Het besef dat de tijd mijn grootste vijand is kwam weer even dichtbij. Wat is de staat van mijn geloof na 33 jaar van mijn leven? Ik vind dat het beter kan, maar wie is het hier niet mee eens? Eigenlijk vind ik dit ook een te makkelijk antwoord. De Ramadan is een maand van bezinning, barmhartigheid, saamhorigheid en nog veel meer moois. Gisteren stond ik echter ook oog in oog met mijn angst. De angst dat ik ondanks mijn goede bedoelingen, misschien toch niet goed genoeg ben.

Het gaat voor mijn gevoel nog steeds niet zoals ik het zou willen. En juist in de Ramadan wil ik dit gevoel niet hebben. De Ramadan is voor mij een spiegel die niet verdwijnt. Dingen die niet gaan zoals gewenst lijken nu meer op te vallen. Het gebed dat ik te laat heb gebeden, de Quran die ik niet heb gelezen en mijn zieke buurvrouw die ik niet heb bezocht achtervolgen mij nu meer dan normaal. Wat betekent dit? Ben ik nou wel of niet op de juiste weg? Waar komt mijn twijfel vandaan? Gelukkig heb ik mensen om mij heen met wie ik kan praten. Mijn moeder die mij vertelt dat dit normale gedachten zijn waar ik geen extra aandacht aan hoef te besteden.

Er zullen vast en zeker mensen zijn die zichzelf hierin herkennen. Die tijdens deze maand Ramadan geconfronteerd worden met de staat van hun geloof. Die daar misschien bang van worden of weg van lopen uit angst of verdriet. Mensen die tijdens deze mooie maand niet bevoorrecht zijn met familie en vrienden met wie ze hun angsten en twijfels kunnen delen. Aan al die mensen heb ik een boodschap: “Ramadan is er niet alleen voor de sterkste onder ons. Ramadan is er voor iedereen. Zelfs voor de zieken heeft Allah een uitweg geboden om toch de beloning en bezinning te ontvangen die zij, die hard werken, verdienen. Voel je niet alleen tijdens dagen waarop twijfel toeslaat!”

Ik wil mijn schrift eindigen met een overlevering van An-Nawawi die mij een mooi inzicht heeft gegeven over mijn angsten en twijfels met betrekking tot de staat van mijn geloof. Een aantal mannen kwamen bij de profeet v.z.m.h en vertelden hem: “Wij vinden in onze ziel zaken terug die, mochten we erover spreken, monsterlijk zouden zijn. De profeet v.z.mh vroeg hen: “Hebben jullie dit bij jullie zelf teruggevonden? Zij antwoorden met: “Ja”. Hij Mohammed v.z.mh. antwoordde: “Als je het afschuwelijk vindt om over datgene te spreken is het een teken van een zuiver geloof.”

Dankzij deze mooie wijze les blijft mijn vertrouwen in mijzelf en mijn goede bedoelingen aanwezig. Samen met het vertrouwen dat ik in Allah heb komt het vast en zeker goed. En jij, beste lezer! Heb ook vertrouwen in jezelf en jouw goedheid. Goedheid overwint het insha Allah van het kwaad, zolang je ernaar streeft. Ramadan, ik laat jou niet aan mij voorbij gaan!