Karim Boulidam: ‘Vrijheid is grenzeloos geworden’

 

Afgelopen woensdag stond ik voor een rood stoplicht. Het raampje omlaag want het was weer heerlijk voorjaarsweer. Naast mij stond een auto met een Hollands stel erin. Terwijl het stoplicht voor voetgangers op groen sprong en drie Marokkaanse vaders op leeftijd druk in gesprek overstaken, hoorde ik de vrouw in de auto naast me iets in de trant zeggen van: “Ruitenwissers aan en hup alle drie.” Toen ik opkeek zag ik haar met gebalde vuist een vol gas gebaar maken. 

Ik reed iets naar voren zodat ik precies naast de auto stond. Ze keek eerst ongemakkelijk voor zich uit, vervolgens deed ze toch maar haar raampje omhoog en toen het stoplicht op groen sprong, kreeg ik een welgevormde middelvinger naar me opgestoken.

Ik was met stomheid geslagen.
Ik weet niet wat ik erger vond, de verdorven middelvinger van een volwassen vrouw op herdenkingsdag of de vijandigheid jegens drie overstekende vaders omdat ze er louter anders uitzien. Terwijl ik richting mijn ouderlijk huis reed, besefte ik me dat het land waar ik me altijd veilig en vrij heb gevoeld, mijn geboorteland, sterk veranderd is. Een deel van de bevolking is onverdraagzaam naar alles wat maar anders is.

Wij, Nederlanders, vinden vooral van onszelf dat we vrij en tolerant zijn, maar er zijn maar weinig mensen die het anno 2016 met die bewering eens zullen zijn. Door de jaren heen is er een ethische grens flink opgerekt. De invloed die bepaalde uitingen, vooral van mensen met een voorbeeldfunctie, hebben op het klimaat en op groepen in onze samenleving, hebben een uiteendrijvend effect. Maar laten we vooral claimen dat het om vrijheid gaat en dat niemand zich eraan moet wagen om die in te perken.

Vrijheid van meningsuiting is een groot goed, maar veel mensen misbruiken dit principe door dit om te vormen tot “Ik mag zeggen wat ik wil ongeacht of ik jou daarmee beledig of kwets, en ik blijf dat lekker doen want dat mag ik doen”. Het gaat mij niet eens om die mening, maar meer om het taalgebruik, de kwetsende ondertoon of het stigmatiserende effect.

Als vrijheid van meningsuiting absoluut zou zijn, dan zou smaad en laster ook niet strafbaar zijn. Het is strafbaar omdat je iemand zwartmaakt en dit diens carrière kan beschadigen. Is dat niet bijna hetzelfde als niet aangenomen worden of niet aan een stageplek komen omdat je Mohamed heet?

Ik vind dat alles gezegd moet kunnen worden, maar het zou sommige mensen, vooral in het publieke debat, sieren eerst wat langer na te denken alvorens ze wat zeggen. Vrijheid van meningsuiting is een groot goed, maar onze meningen, verschillen en misstanden kunnen we ook uitdragen binnen de grenzen van fatsoen, zonder aan te zetten tot haat of complete groepen te beledigen.

Juist het afzien van termen als ‘wij’ en ‘zij’ en het inleven in elkaars gevoelens, zorgen voor een vitale samenleving die functioneert en waar geen ruimte is voor angst of afkeer jegens elkaar.

Beschaving.