Karim Boulidam: ‘Onze vaders stonden aan de wieg van Nederland’

Mijn vader mag bijna met pensioen. Nog een paar jaartjes werken en dan mag hij genieten van zijn zuurverdiende rustgeld. Na verschillende uitputtende baantjes in allerlei fabrieken, brengt hij zijn laatste jaren in loondienst door in een verzorgingstehuis. Hij vindt het leuk om een praatje te maken met de ouderen die daar wonen. “Die zijn nog van de oude stempel, zijn veel aardiger dan de mensen van nu”, zegt hij altijd. 

Mijn vader houdt van Nederland. Hij zal het niet zo snel uitspreken, maar ik weet dat hij van dit land is gaan houden. Dat geldt eigenlijk voor bijna alle eerste generatie arbeidsmigranten. Met een blijvend heimwee naar een thuis dat achtergelaten werd en nooit meer hetzelfde zou zijn bij weerzien, hebben ze onbewust een sterke band weten op te bouwen met het land waar ze een groot deel van hun leven hebben doorgebracht en waar ze een nieuw thuis moesten bouwen.

Nederland was als een dochter voor ze. Ze hebben voor haar gezorgd toen het hard nodig was, zijn haar altijd trouw gebleven en hebben haar door de jaren heen zien groeien. Deze vaders, die toentertijd zelf nog hartstikke jong waren, stonden aan de wieg van Nederland. Maar door de eeuwigdurende integratiediscussie wordt dit overschaduwd en wordt deze groep enorm tekortgedaan.

Een acute verandering van cultuur, taal en gebruiken is erg moeilijk, maar toch hebben zij zich weten te aarden en te nestelen in een samenleving die hen volkomen vreemd was. Wat ook hielp is dat zij geaccepteerd werden en met open armen werden ontvangen door de Nederlanders.

Pijnlijk om te zien dat er nu een ‘we hebben jullie niet meer nodig want jullie kosten ons te veel’ tendens heerst. Stigma’s, angsten, discriminatie op de arbeidsmarkt en tweederangs burgerschap van de generaties die hier geboren zijn, en dus Nederlanders zijn, daargelaten.

Daar waar de vaders niet aan teruggaan denken omdat ze hier hun vrouw en kinderen hebben, zie ik steeds meer dat de kinderen die hier geboren zijn emigreren en een bestaan opbouwen in hun vaderland. Van ondernemers tot aan Nederlandse jongeren die daar in een callcenter gaan werken omdat zij zich niet meer thuis voelen in het land waar zij geboren en getogen zijn. Daar waar onze ouders naar Nederland kwamen omdat hier de kansen lagen, gaan de kinderen nu naar Marokko omdat daar nu de kansen liggen.

Ik herken het gevoel van vervreemding en je niet meer thuis voelen enigszins wel. Ik kan me nog herinneren dat als we vroeger op vakantie gingen naar Marokko, we een hoop Nederlandse producten meenamen; kaas, drop, stroopwafels, pindakaas en hagelslag. Waarom? We waren gehecht geraakt aan de Hollandse producten en gedurende de vakantie deed het je fijn herinneren en weer sterk verlangen naar thuis. De laatste jaren nemen wij die oer-Hollandse producten niet meer mee op reis. Waarom?

Er zit nu een nare bijsmaak aan.