Karim Boulidam: ‘Moslims zijn aardig, de islam niet’

Niet zo heel lang geleden mocht ik in het mooie Noord-Brabant een les verzorgen op een ‘blanke’ praktijkschool. In het kader van levensbeschouwing ging mijn les over gedrag en consequenties. Tijdens het kennismakingsgesprek met de desbetreffende mentor van de groep, kreeg ik voorafgaand aan de les twee aandachtspunten mee.

1) “Jij bent de eerste én de enige moslim op school, dus je moet niet schrikken als er hier en daar discriminatoire opmerkingen worden gemaakt.”

2) “Als je vraagt wie er een hekel aan moslims heeft, steken ze allemaal hun vinger op.” 

De mentor voelde zich absoluut niet verantwoordelijk het bedorven wereldbeeld van deze studenten recht te zetten. In al die jaren dat ik voor verschillende groepen heb gestaan, van studenten tot zeer problematische jongeren en gedetineerden, heb ik me nimmer zo onprettig en onaangenaam gevoeld. De opmerkingen die gemaakt werden zaten vol neofascistische taal. Van ‘alle asielzoekers zijn dieven en verkrachters’ tot ‘hoofddoeken horen in een moslimland en niet in Nederland. Eruit met die troep’. Een klas vol gerijpte jongvolwassenen, waarvan geacht wordt dat ze straks de samenleving zullen dienen, blijken zelf een groter gevaar voor de maatschappij dan welke Nederlandse moslim dan ook. 

Na de les kreeg ik wel een ongerijmd dankwoordje: “jij bent wel aardig, de islam niet.”

Waar is het eensgezinde Nederland dat ik me nog kan herinneren, waar verdraagzaamheid en genegenheid een groot goed waren. Wat ik nu zie is een cognitief dissonant Nederland waar grondwettelijke vrijheden zijn uitgeleverd aan allerlei onbestemde gevoelens in de onderbuik van de boze burger die middels een internetaansluiting dagelijks leeggescheten wordt. Op social media heerst er een tsunami aan haatreacties op verschillende nationalistische haatpagina’s en ook onder nieuwsartikelen over islam, moslims en vluchtelingen stikt het van de xenofobische commentaren. Een land waar we door de jaren heen racisme, vreemdelingenhaat en islamkritiek maatschappelijk acceptabel hebben gemaakt. Een land waar een kluit krantenkoppen klaarblijkelijk genoeg is om een hele bevolkingsgroep te karakteriseren doordat onze mediakanalen bij (negatieve) berichtgevingen maar al te graag kijken naar etnische herkomst in plaats van nationaliteit. 

Het is uitermate triest dat we na zoveel generaties nog steeds gescheiden van elkaar leven, waar angst voor de ander de scepter zwaait en we nog steeds door een etnische bril naar de samenleving kijken. De inrichting van de samenleving die we hier in Nederland hebben, heeft meer weg van een grote tajine waar iedereen zijn eigen ingrediënten in stopt zodat je het van de buitenkant een kleurrijke smaakvolle tajine kunt noemen, maar waar we in de praktijk lekker van onze eigen hoekje blijven eten en niets moeten hebben van datgene wat ons vreemd is. 

Mijn kennismaking met die klas en een paar weken later het nieuwsbericht dat de jeugd in Leiden zegt in verzet te zullen gaan en te willen vechten tegen de islam en asielzoekers, illustreert de gevaren van segregatie langs etnische lijnen; dat zelfs onze jongeren, de toekomst van morgen, opgroeien met haatgevoelens en verbittering. We mogen niet langer toezien hoe onze jongeren met de ruggen naar elkaar staan.

Voor de boze burger die de moslim als een abces op zijn tandvlees ziet en strijdlustige taal spuwt richting alles wat niet Nederlands is, heb ik maar één boodschap; het wordt tijd om met je krent achter die computer vandaan te komen en de wij-samenleving te aanschouwen, of nog beter: doe gezellig mee. Islamisering vindt pas plaats als alle moslims zich verenigen en samen ten strijde trekken tegen de westerse beschaving. ‘Wij’ kunnen ons niet eens verenigen als het aankomt op het tijdstip waarop we mogen eten gedurende de Ramadan, dus geen enkele aanleiding om het benauwd te krijgen. 

We proberen allemaal ons plekje te vinden in deze pluriforme samenleving waar we de ander niet moeten uitsluiten, maar juist voortdurend de verbinding moeten blijven zoeken. Waar we elkaar niet hoeven te omarmen, maar waar we elkaar wel moeten tolereren. Dat beschermt jouw vrijheid en mijn vrijheid om te zijn wie we willen zijn.

1878850Karim Boulidam, geboren in een pittoresk Gelders dropje als enige jongen uit een migrantengezin van 6, maar emigreerde al snel naar de Domstad. Zijn rolmodel is zijn vader en naast zijn passies voor lezen, schrijven, lekker eten en hardlopen, houdt Karim ook van nodeloos dwalen in de natuur.