Doa Shaikhani: Een brief aan Ramzi

‘Een baby van 8 maanden, een vrouw van 30 en haar man van 32 die met hoge snelheid tegen de vangrails aan zijn gekomen worden zo binnengebracht,’ hoor ik een van de SEH-verpleegkundigen roepen, terwijl ze gespannen heen en weer loopt met de telefoon tegen haar oor aangeplakt om snel de trauma-team bij elkaar te verzamelen. De bezorgdheid in haar ogen, doet mij denken aan jou.

Ik sta op om de SEH-verpleegkundige en de artsen te vragen of ik al wat kan doen. Een van de artsen praat mij bij over wat er precies gebeurd is en waar ik op moet letten tijdens lichamelijk onderzoek. Terwijl wij richting de traumakamer lopen, vertelt de SEH-verpleegkundige de laatst gemeten bloeddruk en ademfrequentie van de patiënten. Niemand praat mij bij over waar de patiënten oorspronkelijk vandaan komen, wat voor werk ze doen of in welk God ze geloven. Gek genoeg, deed het mij denken aan jou.

Als we de trauma kamer binnenlopen, de taken verdelen en iedereen zich bezig houdt met een patiënt, merk ik dat de sfeer gespannen is. De zweet druppelt van de artsen en verpleegkundigen hun hoofden af, terwijl hun gezichten strak gespannen zijn en hun handelingen secuur. Zo te zien duizenden keren eerder ingestudeerd. Iedereen weet precies wat ze moeten doen. Maar de verwondingen, dezelfde kleur bloed op de kleren van de patiënten, op onze kleren en op de vloer. Het deed mij denken aan jou. Je hebt waarschijnlijk dezelfde kleur bloed.

De dokters die jou hadden opgevangen, waren vast en zeker ook bezorgd. De verpleegkundigen die jouw bloed wegveegden, hebben zich toen vast ook afgevraagd of je het zou redden. Jouw familie heeft vast ook huilend op de gang gestaan, verdoofd van de angst en gedachte dat je het niet zou redden. De bezorgde vrouw van 30 in de traumakamer die om haar 8 maanden oude baby vroeg, doet mij denken aan jou. Of eigenlijk, meer aan jouw moeder.

‘Behandel iedereen rechtvaardig,’ is een van de vier principes die ik geleerd krijg tijdens mijn opleiding tot arts. Een principe die eigenlijk niet alleen artsen horen te leren. Gek genoeg, doet het mij denken aan jou. Want je was nog zo jong. Je hebt amper genoeg geleefd om een vlieg kwaad te doen. En toch denken mensen het recht te hebben, jouw dood te niet te respecteren.

Voor elk slechte, misselijkmakende, gestoorde en ellendige opmerking die over jou gemaakt is afgelopen week, hoop ik met dit stuk iets goed te maken voor jou en voor je familie. Hoewel je nu op een betere plek bent, zal ik straks bij het gebed denken aan jou.

Rust zacht, lieve Ramzi.