2018: Pleidooi voor een #Hoofddoekbestand

Bron foto: Phil Nijhuis – Hollandse Hoogte

Het is ongeveer een week geleden dat het ‘heerlijke avondje’ weer heeft plaats gevonden. Voor min of meer een jaar zijn we weer bevrijd van boze witte mannen (en vrouwen) die snelwegen afzetten en discriminatoire leuzen en kreten slaan. Zou je denken…

Er is namelijk een onderwerp dat een paar keer per maand op de pagina’s van menig rechts of linkse krant er tussen kruipt, ongeacht de tijd van het jaar. Dat onderwerp is natuurlijk de hoofddoek. Hoofddoek, hijab, niqab, burqa, kopvod, lap stof – wat je het ook wil noemen.

De discussie vindt meestal letterlijk plaats over de hoofden, of in dit geval hoofddoeken, van de vrouwen in kwestie. Alhoewel mijn frustratie in deze voornamelijk gericht is op de niet moslims, moet ik toegeven dat zelfs uit de moslimgemeenschap, ik deze discussie helemaal beu ben.

Terwijl de niet-moslims je allemaal willen bevrijden van deze zogenaamde seksistische onderdrukking, maken sommigen in de moslimgemeenschap zich druk over die drie haartjes die wel of niet uitsteken. In het Engels is hier een prachtige term voor: The policing of women’s bodies.

Oftewel het controleren en handhaven van de lichamen van vrouwen, over wat ze wel en niet aan zouden moeten hebben.

Een vrouw is een autonoom wezen, gelijkwaardig aan de man – en ja, dit is zeker ook vanuit een islamitische context. Zij maakt zelf de keuze over wat zij draagt. Of deze keuze geïnspireerd is door haar religie óf door de laatste modetrends, dat is aan haar. Dan mag je haar zielig vinden, omdat zij het in de zomer misschien warm heeft. Maar zolang zij zich er prettig bij voelt, heb jij daar niets over te zeggen. Dat is het recht op zelfbeschikking.

Door voor haar te beslissen wanneer zij zichzelf pas ‘vrij’ zou voelen, doe je datgene waarvan je de onderdrukkende moslimman van beticht. Namelijk, haar zien als een minderwaardig wezen dat niet in staat is om zelf doordachte keuzes te maken. Moslima’s zijn geen slachtoffers. De slachtofferrol staat niemand en niemand wil die ook aannemen. Het gaat over gezien worden als gelijken. Als vrouwen die zich invechten; in de zakenwereld, de politiek, het onderwijs de academische wereld, maar ook als moeders.

Een recent voorbeeld is de Dubai Modest Fashion Week die vorige week plaatsvond. Een mode-event totaal gefocust op de ‘moslima fashion’ wereld. Er waren tientallen modeshows, stands en special guests, waaronder een veertig tal bekende moslima entrepeneurs en vlogsters. Zij zien er nou niet bepaald uit als onderdrukte vrouwen die gered moeten worden.

Dus daarom pleit ik voor heel 2018 voor een #hoofddoeksbestand. Genoeg gespeculeer en gediscussieer over (en niet met) hoofddoekdragende vrouwen. Geen quasi theologische artikelen; je hoeft een moslima niet te vertellen wat er wel of niet in de Qur’an zou staan. Ik wil geen opinie of column meer zien.

Zo kunnen we het meer hebben over zaken die ons echt raken; zoals het afschaffen van de dividendbelasting, institutioneel racisme of het feit dat leraren nog steeds onderbetaald krijgen. Ik noem maar wat.

Imaan Snijders

Imaan Snijders is een afgestudeerd Arabiste met een BA (Hons) in Arabistiek en Midden Oosten Studies van de University of Manchester in Groot-Britannië. Aan deze universiteit behaalde zij ook een Post-Graduate diploma in Politicologie en Mensenrechten, met een focus op Gender studies. Sinds haar afstuderen is ze werkzaam geweest bij verschillende organisaties die zich inzetten voor vluchtelingen en asielzoekers, zowel in Nederland als in Griekenland en Palestina. Momenteel werkt ze als sociaal-juridische hulpverlener voor migranten, vluchtelingen en sans papiers in Antwerpen, België.