We kunnen meer zijn dan echo’s van het verleden

Ik hoor de echo van de pijn die daarop volgen zal. Ik verbijt verdriet dat ooit begon als angst en veranderde in haat. Ik huil om de liefde die het verliest van de haat. Ik ben verworden tot een kind van de pijn, een echo van het verleden.

Ik herinner mij nog goed toen mijn vader voor het eerst zijn riem van z’n broek los maakte en mij ermee sloeg. Ik had mijn kamer voor de zoveelste keer niet opgeruimd, ik had een grote bek en keek hem daarbij brutaal aan. Maar de echte rode kaart was toch vooral toen ik mijn moeder voor rotzak uitschold. Binnensmonds, maar goed verstaanbaar voor mijn ouders en misschien was dat ook wel de bedoeling.

Ik herinner mij het geluid van die zwiep die zo’n riem maakt door de lucht nog goed en toen de klap, de pijn, de tranen, de vernedering, de woede en de haat die mijn hart binnen sijpelden en mijn ogen vulden. Het zou niet de laatste keer zijn, maar iedere keer was de eerste keer.

Waren mijn ouders monsters omdat ze mij zweepten als een dier? Volgens hun eigen ouders niet. Die hadden hen ook altijd zo gestraft. Waarom? Omdat ook zij altijd zo waren gestraft door hun ouders en die waren ook zo gestraft door hun ouders. En de ouders van die ouders werden in het gareel geslagen, niet met een riem, maar met een zweep, niet door hun ouders, maar door slavenhouders.

Die kennis bereikte mij pas jaren later toen ik op Curaçao het slavenmuseum bezocht. Het enige slavernijmuseum in het Nederlands koninkrijk. Ik stond gebukt in een replica van een donkere en benauwde scheepsruim. Om mij heen allemaal houten verdiepingen zoals in een boekenkast. Was er voor ieder een eigen plankje vroeg ik nog enigszins hoopvol aan de gids. Die wees naar een prent van een WIC-schip: “nee ze werden opgestapeld, dat scheelde ruimte en geld.”

Bezwaard maar wijzer stapte ik het museum uit. Ik begreep zoveel meer over mijn geschiedenis, mijn voorouders, mijzelf en de mentale ketenen waarin we nog steeds gevangen zitten. De ketenen van zelfhaat, slecht haar, zelfcensuur en lijfstraffen. Kennis is macht zei ooit een filosoof. En die kennis had ik gekregen in het slavenmuseum op Curaçao. Ik begrijp mijn ouders beter en ook mijn opvoeding. Ik begrijp ook hun machteloosheid en het feit dat we allemaal echo’s zijn van het verleden. Maar ik besef me ook meer dan ooit dat ik op een mooi kruispunt sta, een tijdperk waarin mijn generatie schreeuwt om kennis. Kennis over onszelf, onze gezamenlijke geschiedenis. Niet alleen om patronen te veranderen maar ook om dichter tot elkaar te komen.

Ik verheug me op hetgeen onderzoeker Valika Smeulders een paar weken geleden in de Balie in Amsterdam schetste: “Stel dat alle kinderen op school liedjes leren over de vrijheidsstrijders op Sint-Maarten. Stel dat elk schoolkind evenveel zou weten van Tula als van Anne Frank? Hoe zou Nederland er dan uitzien?”

Mijn hart vult zich met vreugde en trots als ik aan dat beeld denk. Omdat ik weet dat we door de kennis van toen meer kunnen zijn dan de echo’s van nu.