Het verhaal van voormalig kindsoldaat Ahmed

Voormalig kindsoldaat Ahmed


Steeds meer kindsoldaten van de Islamitische Staat weten te ontsnappen of worden bevrijd doordat IS vaker en meer grondgebied verliest. Zo ook in Mosul, een van de grotere steden in het noorden van Irak, waar al vanaf oktober vorig jaar een strijd om de stad wordt gevoerd.

Inmiddels is het gebied in de omgeving van de stad én de helft van de stad terugveroverd uit de handen van IS. Peter Schouten, woordvoerder van War Child Nederland, heeft onder andere steden als Erbil, Duhok en de regio Mosul bezocht om het werk van War Child van dichtbij te zien. Schouten wilde ervaren waar de medewerkers dagelijks mee te maken hebben in deze gebieden. Hij ontmoette voormalig kindsoldaten die voor IS hebben gestreden en sprak met ze.

Hoe was je reis?
“Het was heel indrukwekkend en ik zag van dichtbij waarom het werk van War Child van levensbelang is. Eén van de kinderen die ik daar heb ontmoet was Ahmed. Hij durfde zijn verhaal aan mij te vertellen, wat op zich al heel bijzonder was. Veel kindsoldaten hebben heftige traumatische ervaringen en hebben volledig het vertrouwen in de mensen om hen heen verloren door wat ze hebben meegemaakt. Het eerste wat we daarom ook doen is kinderen weer vertrouwen en het plezier in het leven proberen terug te geven. Daarnaast proberen we ze ook te leren om volwassenen weer te vertrouwen.”

Wat heeft Ahmed allemaal meegemaakt tijdens zijn ontvoering?
“Hij heeft in een trainingskamp van IS gezeten. Hier hebben ze hem video’s laten zien waarin hij leerde hoe je moet moorden en onthoofden. Hij behoort tot de Yezidi gemeenschap, deze worden in groten getale bedreigd, mishandeld, vermoord of gedwongen om Jihadstrijder te worden onder het regime van IS. Dit ging niet met de zachte hand. Eén keer heeft Achmed geprobeerd zijn moeder stiekem proberen te bellen, toen dit ontdekt werd kreeg hij van een lid van de terreurorganisatie 250 slagen met elektriciteitskabels op zijn rug. Hij heeft toen wekenlang op zijn buik moeten slapen van de pijn.”

Hij moet enorme angst hebben gehad?
“Ja, in zijn ogen zag je nog altijd angst en wantrouwen. De kinderen moesten onder IS zien te overleven, er was geen vertrouwensband met andere kinderen, omdat ieder kind zichzelf moest en wilde beschermen.”

In Nederland wordt ook wel gewaarschuwd voor kinderen die opgegroeid zijn in het regime van IS. De angst heerst dat ze gehersenspoeld zijn. Zag je dat ook bij de kinderen die jij hebt ontmoet?
“Nee, absoluut niet. Ahmed en andere kinderen die ontvoerd zijn door IS, zijn in eerste instantie slachtoffer. De jongen heeft een enorme woede ontwikkeld tegen IS, zijn doel is nu ook om IS te bestrijden. Het liefst met zijn hersenen en woorden, maar desnoods in het leger dat tegen IS vecht.”

Geldt dit voor alle kinderen die ontsnapt zijn aan de IS?
“Dat kan ik niet zo direct zeggen, maar ik geloof dat de meeste kinderen wel tegen IS zijn gekeerd, nadat ze vrij zijn gekomen. De kinderen die met een bomgordel het oorlogsveld worden opgestuurd staan waarschijnlijk nog onder het regime van IS. Wij zagen voornamelijk dat het vertrouwen in volwassenen en leeftijdsgenoten verdwenen waren. Kinderen moeten hiermee leren omgaan en opnieuw de wereld ontdekken. De propaganda die IS uitzendt, via social media kanalen waar ze kinderen voor gebruiken, is hun oorlogsmethodiek. In deze video’s zie je vaak dat kinderen oproepen tot haat en worden neergezet als moordenaars. Ahmed was zo’n kind. Hij is slachtoffer en deed dit niet vrijwillig, dit geldt voor al deze kinderen.”

Hoe help je een jongen als Ahmed?
“Zijn  persoonlijke hulpvraag is om hem bezig te houden zodat hij niet aan de nare dingen hoeft te denken die hij heeft meegemaakt. Bij War Child werken we met meerdere methodes. We bieden psychosociale hulp, onderwijs en bescherming. Onder andere op creatieve manieren zoals met sport, spel en muziek. Hiermee proberen we de kinderen de ruimte te geven om nieuwe ervaringen en herinneringen op te doen na wat ze allemaal hebben meegemaakt en de oude ervaringen een plek te geven.”

Hoe nu verder?
“Wat ik heb ontdekt, en wat mijn collega’s dagelijks zien, is dat de kinderen enorm veerkrachtig zijn. De kinderen die oorlogsslachtoffer zijn kunnen met de juiste begeleiding geholpen worden om een normaal leven op te pakken. Wereldwijd zijn er 250 miljoen oorlogskinderen die op wat voor manier dan ook ingezet worden in een oorlog of rebellenstrijd. Niemand heeft het recht om een kind te gebruiken in een oorlog of strijd. Zolang er nog wereldwijd kinderen geholpen kunnen worden ga ik door met mijn werk.”