Tot de verkiezingen ons scheiden


Ik ben bevriend met een homo die mij, een Nederlandse met een Marokkaanse achtergrond, het liefst na de verkiezingen van 15 maart ziet vertrekken. Of ja, zo zie ik dat.

We zijn al bijna veertien jaar bevriend, sinds we samen op middelbare school zaten. Zijn seksuele geaardheid, en mijn migratieachtergrond hebben er lange tijd niet toe gedaan. Sterker nog, we vonden elkaar in het anders zijn.
In retrospectief was de eerste keer dat mijn achtergrond er wel toe deed, bij hem aan de keukentafel. Henri woont in een dorpje ver van de grote stad vandaan. De avond ervoor had hij ‘Opsporing Verzocht’ gekeken. “Salima,” zei hij, “toch wel opvallend hoeveel Marokkanen er dader zijn bij een misdrijf.” Ik wist me geen raad met die opmerking. Ontkennen kon ik niet, beamen voelde als toegeven dat Marokkanen per definitie crimineel zijn.

Zijn keukentafel was de laatste tijd steeds vaker het decor van ons samenzijn. Vroeger kwam hij nog weleens op bezoek in Amsterdam. Dan had hij een opleving en wilde hij hier naartoe verhuizen. Het viel me op dat hij er nu nooit meer over rept. Misschien is dat wel omdat in Bos en Lommer, waar ikzelf woon, híj wordt geconfronteerd met zijn anders zijn. Starende blikken maar ook harde confrontaties zijn niet vreemd. Of hij homo was, werd hem een keer, midden op straat, toegeschreeuwd. Waarop hij zei: “Daar laat ik me liever niet over uit.” Ik bewonderde die kalmte en redelijkheid in zijn verhullende antwoord.

“Heb jij ook gelezen dat twee homoseksuele vluchtelingen zijn aangevallen in het opvangcentrum waar ze zitten? Die vluchtelingenstroom, brengt niet veel goeds”, zei hij terwijl hij met zijn rug naar me toestond om een verse cappuccino voor zichzelf te zetten. Ik zette de mijne veel te hard in het bijbehorende, dure Wedgwood schoteltje. “Ok,” begon ik “besef je niet dat er een langslepende oorlog woedt in Syrië? En dat er honderdduizenden mensen omgekomen zijn? De opvang in de regio puilt uit.” De klap van het kopje op de schotel was hem niet ontgaan. Hij wreef er even over om te controleren of die nog heel was. “Je reageert overtrokken”, zei hij. Ik was geen vluchteling, per slot van rekening.

Ik wilde weggaan, dat doe ik sowieso graag wanneer mensen weinig empatisch zijn, maar de volgende bus vanuit het dorp vertrok pas over een uur en het was koud buiten. Dus ik zocht de privacy van zijn perfect ingerichte toilet op. Ik bedacht me dat Henri steeds vaker uitspraken deed die mij deden rillen, zonder dat ik direct aangevallen werd.

Zijn homoseksualiteit maakte hem jarenlang, dag in dag uit, het mikpunt van spot en erger. Dat waren wel directe aanvallen. Misschien moest ik wel die olifantshuid creëren, die hij zich in loop van tijd  leek te hebben aangemeten. Ik las eerder een opiniestuk in de krant over opkomend homonationalisme. De politieke voorkeur van de lhbt-gemeenschap verschuift van progressief links naar conservatief rechts. Rechts populisten claimen lhbt’ers te beschermen tegen de intolerante islam.

Henri had inmiddels gekookt en onder een dampend bord Italiaanse pasta, bracht ik de aankomende verkiezingen ter sprake, het stuk uit de krant in mijn achterhoofd. Of hij al wist waarop hij zou stemmen. Hij schoof zijn hand over de eettafel, zoekend naar onzichtbare kruimels. “Ik zit er toch aan te denken op PVV te stemmen.” Door zijn antwoord, hoewel ergens de optelsom van zijn eerder uitgesproken gedachtes, verging me mijn eetlust compleet. “Maar ik dan”, was het enige dat ik uit kon brengen.

Hij had daar zijn eigen idee over want: “Onze politieke ideeën staan los van ons zijn”, vond hij. Hij vond het jammer dat ik die zaken niet kon scheiden.

Met die woorden namen we afscheid. Een man die minder Marokkanen wil, staat aan de top van vele peilingen. En mijn vriend gunt hem zijn stem. Ik dacht na over het woord ‘scheiden’. Ik heb die luxe helemaal niet om mijn ‘zijn’ en politiek te scheiden, bedacht ik. Scheiden zou betekenen dat ik mijn Marokkaans zijn kon uitgommen. Al zou het kunnen, dan is dat het laatste dat ik zou doen. ‘Scheiden’, Henri, dacht ik na die overpeinzingen met pijn in mijn hart, dat doen jij en ik.

Salima Bouchtaoui is verslaggever bij een regionale omroep. Ze studeerde Journalistiek in Tilburg en Arabisch in Damascus, waar ze ook een jaar heeft gewoond. Ze heeft een passie voor schrijven en filmen. Als journalist vindt ze het belangrijk dat diversiteit meer prioriteit krijgt in haar beroepsgebied.