Door de ogen van ‘Dolle Fatima’

foto: Sabine Joosten/Hollandse Hoogte

Sahil Amar Aїssa bekommerde zich onlangs om het feit dat de jonge Marokkaanse mannen die hier zijn geboren en opgegroeid, een hypocriete houding aannemen tegenover jonge Marokkaanse vrouwen.

Deze vrouwen, die zelfstandig een eigen leven willen leiden, zonder dat zij door deze groep mannen daarop worden veroordeeld. Maar hij sloeg de plank mis door de nadruk te leggen op de Marokkaanse gemeenschap. Immers bestaat dit bekende fenomeen ook binnen andere gemeenschappen.

Even een kort introductie van mijzelf. Ik heet Melda, maar noem mij maar ‘Dolle Fatima’, wat verwijst naar ‘Dolle Mina’. Ik ben 31 jaar, van Turkse afkomst en leid een zelfstandig bestaan. Dat is niet erg gebruikelijk binnen mijn gemeenschap en voornamelijk de ouderen generatie lijkt er moeite mee te hebben. Goed, om het feit dat zij niet beter weten neem ik hen minder kwalijk.

Maar nu leg ik de nadruk op de jonge Turkse en Marokkaanse mannen uit de tweede generatie, die in een Westers land zijn opgegroeid en van alle vrijheden hebben kunnen profiteren. Wordt het niet tijd dat jullie ook inzien dat vrouwen hun eigen leven mogen leiden en daar het recht op hebben, zonder jullie afkeuring, of sterker nog: toestemming?

Door middel van een huwelijk aan te gaan, kunnen vrouwen uiteindelijk wel een zelfstandig leven leiden, maar niet iedereen staat hierop te wachten. Tevens bestaat er ook zoiets als ‘sociale druk’. Want, o wee als een vrouw ouder is dan 25 en nog steeds ongehuwd. Dit beeld wordt versterkt doordat vrouwen weinig tegengeluid laten horen, en net zo hard kunnen meedoen aan de hypocrisie. Ook zij kunnen hun seksegenoten gaan afkeuren omdat het niet in overeenkomst is met hun eigen levensstijl.

Als wij toch gelijkwaardig behandeld willen worden, moeten wij bij onszelf gaan beginnen.