Afvalligen horen ook bij de moslimgemeenschap

Terwijl ik mijn Corona drink luister ik aandachtig naar wat mijn gesprekspartner te vertellen heeft. Iftare de Mosiba vindt vandaag plaats te Scheveningen, en mijn gezelschap is een bijzonder eloquente jongedame. Samen slaan wij gade hoe de zon langzaam van haar hoogtepunt de zee in zakt. Haar bordeauxrode hoofddoek valt prachtig samen met de rode gloed die de ondergaande zon achterlaat, alsof deze lucht speciaal voor háár gemaakt is. Ik aanschouw een compositie waar Vermeer trots op zou zijn.

Foto: Hollandse Hoogte (HH)

Het bijzondere contrast in dit aangename moment is dat zíj helemaal niet gelooft dat íets met een reden bestaat. Het is er gewoon. Misschien niets meer dan een logisch gevolg van de biochemische processen in onze hersenen. Het voelt bijna surrealistisch aan. Net als Amerikaanse films op de Duitse televisie, strookt het waargenomen beeld niet met de spraak. Ik zie een moslima, ergens tussen cupcake hijabi en mashallah zuster in. Wat ik hoor is radicaal het tegenovergestelde. Een compleet vrije geest, normaal gesproken goed verstopt achter maskers die zij in haar wereld verwacht wordt te dragen.

In geuren en kleuren deelt ze haar gedachten met mij. Over haar periode als mashallah zuster. Over haar vraagtekens omtrent de moraliteit van de Profeet en de Sahaba. Over hoe ze uiteindelijk tot de conclusie kwam dat de islam gewoon niet iets is waar ze in wíl geloven. Ze begrijpt ook niet hoe ik als verlicht mens desondanks kan geloven. Ik voer als wederargument aan dat zuiver geloof gewoon niet iets rationeels is. Geloof is irrationalisme pur sang.

Het relaas van ex-moslims is iets wat mij persoonlijk diep raakt. Alle vrijheden die voor mij vanzelfsprekend zijn, zijn dat voor hen absoluut niet. Ik heb in alle vrijheid voor de islam gekozen en kan hier ook in alle vrijheid weer uit vertrekken, zonder dat hier enige consequenties uit voort komen. Voor mijn eloquente gezelschap en vele anderen met haar is dit niet het geval.

Uit het geloof treden betekent in veel gevallen sociale zelfmoord. Als het onderwerp al ter sprake komt dan negeren moslims het gewoon, of doen het af als een “fase” (volwassen mensen hebben geen “fases”). Zelfs binnen de intimiteit van het gezin, wat voor iedereen de veiligste omgeving denkbaar zou moeten zijn, is er voor veel ex-moslims niet de ruimte om openlijk voor hun keuze uit te komen.

De enige ex-moslims die wij van televisie kennen hebben twijfelachtige antecedenten, zoals Ayaan Hirshi Ali of Ehsan Jami. De meeste mensen die ervoor kiezen om de islam te verlaten hebben veel simpeler beweegredenen: ze geloven gewoon niet meer. Dat betekent niet dat zij er op zitten te wachten om te breken met hun familie en vrienden. De keuze om te geloven, of niet te geloven, is persoonlijk. Wij zouden niemand moeten dwingen tot het leiden van een dubbelleven.

Met name tijdens de Ramadan is het belangrijk om stil te staan bij degenen in ons midden die niet meer geloven. Dat uit het geloof treden vrijwel synoniem staat aan sociale zelfmoord is een onrecht dat wij niet in ons midden mogen tolereren. Religieuze overtuigingen veranderen niets aan de eigenschappen die iemand tot een waardevol mens, een goede vriend of een charmante dame maken.

Izz ad-Din Ruhulessin is publicist en schrijft onder andere columns voor De Volkskrant en De Nieuwe Maan.